Klimaatcrisis: opdracht voor de kerken 

‘De milieucrisis treft ons in de diepste kern van ons geloof,’ stelde de Generale Synode van de Nederlandse Hervormde kerk in 1990. ‘Onze milieuvervreemding is een teken van vervreemding van God. Onze zorgeloosheid met betrekking tot het stervende milieu is een vorm van liefdeloosheid tegenover God,’ staat in het gespreksdocument over de ecologische crisis. 

Met dit document gaf de Hervormde Synode een aanzet om de milieucrisis tot een kernzaak voor het geloof te maken. Een oproep die dertig jaar later, helaas, nog altijd actueel is. Ecologische duurzaamheid is een thema in de marge in het huidige beleid van de Protestantse Kerk Nederland (PKN). In haar boek Groene Theologie onderzoekt theologe Trees van Montfoort hoe dit komt. En pleit ze voor een theologie waarin zorg voor het milieu niet alleen praktisch van aard is, maar het hart van de kerk raakt. Het boek werd in 2019 uitgeroepen tot beste theologische boek van het jaar. 

De synode had een vervolg willen geven aan bovengenoemd gespreksdocument op basis van de reacties uit de gemeentes. Maar dat is nooit gebeurd. Wellicht, schrijft Van Montfoort, waren de protestantse kerken te druk met de fusie, het Samen-op-weg proces. Of was de milieukwestie nog te ver van het bed, toen en ook nu nog. 

Het boek Groene Theologie is het resultaat van Van Montfoorts eigen proces van bewustwording. Van jongs af aan had ze twee interesse gebieden, theologie en duurzaamheid. Die twee stonden los van elkaar. In studie en beroep was ze theoloog. In haar privéleven speelde duurzaamheid een steeds grotere rol. Ze verplaatste zich zo veel mogelijk met de fiets of het ov, lette op energiegebruik in huis, ging sparen bij een duurzame bank, en haar eten werd steeds meer biologisch en vegetarisch. Sinds een jaar of tien is ze die twee gebieden gaan combineren en ontdekte ze de relevantie van de bijbel voor het milieu. 

Crisis van ons wereldbeeld 

De afgelopen decennia zijn er meerdere kerkelijke initiatieven genomen op het gebied van milieu. In 1972 waarschuwde de Club van Rome voor een dreigende milieucrisis met het geruchtmakende rapport Grenzen aan de groei. De Raad van Kerken pakte de uitdaging op en riep 1975 uit tot het jaar van de Nieuwe Levensstijl. In de jaren tachtig riep de Wereldraad van Kerken op tot, zoals ze dat noemden, een Conciliair proces voor gerechtigheid, vrede en heelheid van de schepping. De term Heelheid van de schepping sloeg op de ecologie. De Raad van Kerken in Nederland nam dat over, en het leidde tot tal van publicaties en initiatieven. Van Montfoort noemt er een aantal, onder andere het bovengenoemde gespreksdocument van de Nederlands Hervormde kerk. 

Als je dit zo leest, zie je kerken die midden in de wereld stonden. Die ideeën hadden hoe de ecologische crisis aan te pakken. Maar er was naast enthousiasme ook weerstand. Ecologische betrokkenheid uitte zich meestal via praktische acties, maar raakte niet de kern van theologische denkbeelden. Terwijl juist groene theologie een wezenlijk bijdrage kan leveren aan ecologische duurzaamheid, is de overtuiging van Van Montfoort. Dat betekent dat sommige concepten moeten worden herzien. 

Bijvoorbeeld de theologische opvatting dat God de mens boven en buiten de natuur geplaatst heeft en dat de natuur louter materiaal is voor menselijke vooruitgang. Eigenlijk, meent zij, is de ecologische crisis een crisis van ons wereldbeeld. De bijbel wordt te vaak antropocentrisch gelezen, als het verhaal van God met mensen, of als alleen het verhaal van de mens. Zo wordt bijvoorbeeld Genesis uitgelegd. De mens als baas van de schepping. Zij leest de bijbel breder, als het verhaal van God met de hele levende natuur, waarvan de mens slechts onderdeel is.

Ook de term rentmeesterschap, die veel gebruikt wordt in christelijke kringen met betrekking tot duurzaamheid, plaatst de mens boven de natuur. Een rentmeester immers beheert namens een opdrachtgever een bezit, maar is daar zelf geen onderdeel van. Bovendien is het een economische term, die tot het idee kan leiden dat de natuur hulpbron en handelswaar is voor de mens.

 

In harmonie met de natuur

Als je, zoals Van Montfoort doet, de natuur haar rechtmatige plaats geeft in de theologie, ga je ook anders aankijken tegen de zogenoemde natuurreligies. Ten onrechte werden die als heidens beschouwd. Voor een meer duurzame omgang met de aarde kunnen juist nietwesterse wereldbeelden en praktijken een voorbeeld zijn, vindt zij. Ik moet hier denken aan de Grote Suriname tentoonstelling vorig jaar in de Nieuwe Kerk in Amsterdam. Ik leerde daar dat de oorspronkelijke bevolking van Suriname het afvalprobleem niet kende. Alles in het oerwoud werd hergebruikt. De vervuiling in Suriname begon in de koloniale tijd, schrijft Mitchall Esajas in ‘Nu het nog kan’ van Extinction Rebellion. Inheemsen werden beschouwd als onbeschaafd en inferieur. De logica waarbinnen winst belangrijker is dan het welzijn van mens en natuur, heeft een lange geschiedenis, die geworteld is in het kolonialisme. Om een duurzame manier van leven te vinden kunnen we leren van mensen die in de koloniale tijd als minderwaardig werden beschouwd, aldus Esajas.

 Deze overtuiging lees ik ook in Groene Theologie. De kerken hebben hier wat goed te maken. Als religie en wereldbeeld mede de crisis hebben veroorzaakt, ligt het ook voor de hand een uitweg te zoeken op het terrein van de levensbeschouwing. En in ons geval, schrijft Van Montfoort, op het terrein van het christelijk geloof. 

In dit buitengewoon rijke en doorwrochte boek, met 320 pagina’s, 1025 noten en een lijst van zo’n 300 geraadpleegde bronnen, zoekt ze die uitweg. Met voorbeelden van mensen zoals Franciscus van Assisi, die de aarde zijn zuster noemde in zijn beroemde zonnelied. Zijn naamgenoot, de huidige paus, begint daarmee de encycliek Laudate Si, Over de zorg voor het gemeenschappelijke huis. Van Montfoort ontdekt met instemming hierin elementen uit de feministische theologie, zoals aandacht voor het dagelijkse leven en een niet-dualistisch wereldbeeld. Een duaal hiërarchisch wereldbeeld ziet ze als een van de oorzaken van de uitbuiting van de aarde. Aan de ondergeschikte kant stonden aarde, natuur, vrouwen, lichaam, emotie en wildernis; aan de dominante kant hemel, cultuur, mannen, geest, ratio, beschaving. De ecofeministische theologie, waar Van Montfoort een heel hoofdstuk aan wijdt, verwerpt deze tweedeling en stelt hier het begrip verbondenheid tegenover.

Het boek eindigt hoopvol en praktisch, met een ‘groene’ kerkdienst in Boxtel. Een aantal kerkleden is ook betrokken bij Boxtel als transition town, een wereldwijde beweging van lokale initiatieven om de overgang te maken naar een duurzame samenleving. Van Montfoort kwam daar als gastpredikant en noemt dit een van de plekken waar groene theologie getoetst en verder ontwikkeld wordt. 

Christelijk geloof, schrijft ze tot slot, is geen route naar een toekomst die we nu al kunnen schetsen, maar is inspelen op wat er gebeurt, zonder alles te kunnen overzien, zonder blauwdruk, iets van alle zintuigen, ons hele lijf op de plek waar we zijn, verbonden met al wat is. Woorden die profetisch klinken na het coronajaar 2020. De natuur heeft ons hardhandig onze plaats gewezen. Dit is het moment om in te spelen op wat er gebeurt en al onze zintuigen te gebruiken om te leren in harmonie met elkaar en de natuur te leven.

 

Hennie de Pous-de Jonge